In Jesaja 53 wordt ons een aangrijpende gebeurtenis verteld. Alle aandacht gaat uit naar één Persoon: Jezus, de knecht des Heren. De manier waarop Jesaja dit verhaal aan ons beschrijft, maakt ons duidelijk dat hij dit heel diep beleefd moet hebben. Hij is er als het ware zelf bij betrokken geweest. Het is alsof hij zelf in de dagen van deze ‘Man van smarten’ heeft geleefd. Zeer nauwkeurig omschrijft hij het lijden van de Messias, maar ook hoe de mensen Hem verachten, Hem afwezen, Hem niet wilden!

Inhoud:

  • Inleiding
  • Man van smarten
  • Is dat, is dat uw Koning

Inleiding

Lezen: MATTHÉÜS 27:27-61.

“Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard? Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam.

Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd. Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen.

Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.

Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen. Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.

Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuld, om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde. Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht en werd met kennis verzadigd.

Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich. Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op” JESAJA 53:1-12.

“Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden” MATTHÉÜS 26:26-28.

Man van smarten

Het verdriet over de afwijzing van de Knecht des Heren beschrijft Jesaja bijzonder treffend in hoofdstuk 53. Dat verdriet, die pijn moet Jesaja gevoeld hebben als profeet van God, toen hij zei: “Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?” Jesaja wist dat niet iedereen aan het evangelie gehoor zou geven. Er zou tegenstand zijn, afwijzing en verwerping. Want ondanks de vele tekenen die Jezus voor hun ogen gedaan had geloofden zij niet in Hem. de Evangelist Johannes begrijpt dit wanneer hij ons schrijft:

“Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei: ‘Heer, wie heeft onze boodschap geloofd? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaardJOHANNES 12:38.

Hun houding was een afwijzende, een verachtende houding. Daarom kon de zegen van Gods kracht, Zijn heerlijkheid, niet volledig aan de Joden geopenbaard worden. Daarom roept Jesaja het ook uit: “Wie heeft onze prediking gelooft, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?”

De Messias beantwoorde niet aan de verwachting, niet aan de voorstelling die de Joden hadden van de komende Messias. Men verwachte Koninklijke heerlijkheid en macht, maar geen knecht!

Ze konden geen geloof opbrengen voor zo'n “wortel uit dorre aarde.” Voor die timmermanszoon raakten ze niet in geestdrift. Daar liepen ze niet warm voor, het liet hen koud. Een arbeiderszoon, wat heeft die nu te vertellen?

Zij die Hosanna hadden staan roepen werden later door de massa weer meegezogen. En samen stonden ze te schreeuwen: ‘kruisig Hem, weg met Hem, we moeten Hem niet, dood Hem maar’.

En toch was deze “wortel uit dorre aarde” die geen gestalte noch luister had, door God gezonden om een machtig werk te doen. Hij beantwoordde volmaakt aan Gods gedachten. Christus, de Messias, kwam op aarde om onder de mensen te wonen. Om hen te redden, te genezen, te herstellen van de gevolgen van de zondeval. Hij verlangde ernaar om hen te verlossen uit de macht van satan.

Ondanks dit feit verwachte het volk een koning maar geen knecht. Zij wilden een koning die de troon van David zou herstellen. En zelfs de Discipelen worstelden met deze vraag op het moment dat Hij terug zou keren naar zijn Vader, want ze vroegen Hem:

“Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen” HANDELINGEN 1:6-9.

De Discipelen moesten wachten op de heilige Geest. Die zou hen kracht geven om Gods plannen aan de wereld bekend te maken. Want eerst moest de mens weer terug keren in zijn relatie met God, de Schepper. En daarna zou de troon van David hersteld worden. Want hoe kan God van deze aarde een nieuwe schepping maken als de mens onveranderd blijft? Die zondige mens kán daar geen bestaan hebben! Paulus maakt dit duidelijk wanneer hij zegt:

“Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid1 CORINTHIËRS 15:50.

Om deel te kunnen krijgen aan dat eeuwige leven moet er iets met ons gebeuren. En om die reden kwam de Messias als Knecht des Heren, om ons te dienen, met redding, vergeving en het eeuwige leven. Het gehele optreden van Jezus was stuitend voor de onbekeerde mensheid. Er was bij Hem geen machtsontplooiing, geen luister of uiterlijke pracht zoals men dit aantreft bij een aardse koning.

Wie Jesaja 53 aandachtig leest zal ontdekken hoe ze zich verzetten. Hoe ze zich van Hem afkeerden, ze konden Hem wel dood kijken. Die Messias voldeed niet aan de door hen gestelde norm. Het koninkrijk van God moest er volgens hen heel anders uitzien. Daarom werd Hij veracht en hield men geen rekening met Hem, ondanks het feit dat Hij dat wel met hen deed. Want Hij kwam om onze rekening te betalen, om ons vrij te kopen. Want:

“Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelenKOLOSSENZEN 2:14.

En wat was de reactie van de mensen? Alles wat beledigen en verwonden kon was tegen Hem geoorloofd. Hij werd uitgescholden, een vriend van hoeren en zondaars genoemd, meerdere keren met de dood bedreigd. Zijn wonderen werden toegeschreven aan de macht van de duivel. En sommigen waren van mening dat Hij geestelijk gestoord was. Vgl. MARCUS 3:21. Vol ergernis keerden ze zich van Hem af, ze achtten Zijn prediking vol dwaasheid en alleen maar goed voor slaven.

Zo was Hij een “Man van Smarten.” Smart domineerde in heel het aardse leven van Jezus. Het woord 'smart' is afgeleid van 'slaan' en 'wonden'. In Israël heerste de gedachte dat als men veel smaad en leed te verduren had, dit kwam omdat men zich schuldig had gemaakt aan misdaden en zonden. Om die reden hield men de “knecht des Heren” voor een geplaagde, voor een door God geslagene en verdrukte. Zie JESAJA 53:4.

Gelukkig weten wij nu dat dit een verwerpelijke gedachte is. Want wie zo denkt laat duidelijk zien dat de mens een door de zonde bedorven natuur heeft. Want laat dit heel duidelijk zijn, het was niet om Zijn zonde, maar om onze zonden, dat Hij een man van smarten werd. Hij kwam om onze ellende te dragen, te boeten voor onze straf. Het was om onze overtredingen dat Hij de hemel verliet.

Daarom heeft Hij Zichzelf ontledigd, om de gestalte van een dienstknecht aan te nemen, om aan u en mij gelijk te worden. Christus diende ons met een Goddelijke gezindheid. Filippenzen zegt het zo:

“Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruisFILIPPENZEN 2:6-8.

De straf die ons de vrede geeft was op Hem.

Is dat, is dat uw Koning

De verzen 1-3 van Jesaja 53 beschrijven de verschijning van de Messias. En de verzen 4-6 spreken over Zijn verzoenend lijden. Maar de volgende verzen vertellen ons hoe Hij leed, hoe Hij Gods wil volbrengen zou. Hij liet Zich verdrukken en deed Zijn mond niet open. Zelfs in het allergrootste lijden verzette Hij Zich niet. Als een Lam dat ter slachting geleid wordt, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij zijn mond niet open. Vgl. JESAJA 53:7.

In Zijn lijden aan het kruis, in die uren van Godverlatenheid leed Hij, om onze zonde en die van de gehele mensheid. De mensen hadden geen besef van wat er allemaal gebeurde. Hij deed Zijn mond niet open. Wat zeg ik? Zei het Lam Gods helemaal niets? Jazeker wel! Hij heeft geroepen, het uitgeschreeuwd;

“Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”

Maar dit was geen opkomen tégen het lijden, te vergelijken met onze menselijke waaroms. Het was een uitroep van de smart, de pijn, de diepte van die vreselijke eenzaamheid. Het was de pijn van het door God verlaten worden.

En daar hing Hij, tussen twee rovers in. Omgeven door nieuwsgierige mensen, door spotters en huichelaars. Ze riepen:

Indien Gij Gods Zoon zijd, kom af van het kruis. Zijt Gij niet de Christus, redt Uzelf en ons. Anderen heeft Hij gered, Zichzelf redden kan Hij nietMATTHÉÜS 27:38-44.

Maar omdàt Hij Zichzelf niet wilde redden, omdat Hij daar hing voor zondaars, kwam Hij niet van het kruis af! En na al het gespot en gehoon aangehoord te hebben zei Hij:

“Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen” LUCAS 23:34.

Is dat is dat úw Koning!

Hij werd afgesneden, losgemaakt, ontbonden, verjaagt uit het land van de levenden. Afsnijden is hier een uitdrukking voor het ‘gewelddadig ontnemen’ van iemands leven. Christus stierf de meest gewelddadige dood aller tijden. Hij, de Levendmakende, Hem werd het leven ontnomen.

Waarom moest de zondeloze, de rechtvaardige zo verschrikkelijk lijden. Het antwoord is:

“Het behaagde God Hem te verbrijzelen” JESAJA 53:10 NBG.

Wat een wonderlijk antwoord hé? Het woord ‘behagen’ moeten we niet zien alsof God het fijn zou vinden om dit te doen. Nee, we moeten dit zien als een noodzaak. Want in “het behaagde de Here”, ligt verborgen dat God jou en mij zag in onze zonde en dood. God de Vader stond voor ons Zijn Zoon af! Alleen op die manier was er redding mogelijk.

Om dit te begrijpen moeten we twee dingen goed in het oog houden.

In de eerste plaats, Christus wilde Zijn liefde voor de verloren mensen tonen. Hij wilde in onze plaats gaan staan. Onze schuld op Zich nemen, in onze plaats sterven. Gods woord zegt:

“God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden” 2 CORINTHIËRS 5:21.

Hij, de Messias, was de enige door God aangewezen, om te boeten, te sterven voor onze zonden.

In de tweede plaats, God is Heilig, Hij kan de zonde niet zijn gang laten gaan. Er moest een daad gesteld worden. Een daad die voor eens en altijd de macht van de zonde en de dood zou verbreken. Er moest Iemand zijn die onze ongerechtigheid op Zich nam. Om zo ons rechtvaardig voor God te kunnen verklaren.

Daarom werd Christus in Zijn sterven, in die uren van dichte duisternis als een zondaar behandeld. Verstaan we nu die woorden van Jezus: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!”

Het kon niet anders, Hij moest verbrijzeld worden. De straf voor onze zonde was op Hem. Het Lam Gods heeft de zonde der wereld weggenomen. Het Lam heeft God en mens met elkaar verzoend. Het is volbracht!

De verbrijzeling was geen doel op zich, maar het middel van God, want door Hem kwam iets tot stand. Wat tot op de dag van vandaag nog steeds het allergrootste verlossingswonder is voor de hele mensheid. Miljoenen mensen zouden door deze verbrijzeling een eeuwig heil ontvangen. De ganse schepping zal er door worden hersteld! Prijst God!!

Christus betaalde de prijs, al het lijden, alle pijn en verdriet behoorde tot de drinkbeker die door Jezus werd leeggedronken. Maar dat diepe lijden, dat afgesneden worden “uit het land der levenden”, dat mondt uit in de allergrootste overwinning. Een overwinning die zijn weerga niet kent. Een overwinning waardoor alle machten openlijk ten onder zijn gegaan. Want, zegt KOLOSSENZEN 2:15:

“Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.”

Wij hebben een Overwinnaar, waarvoor iedere knie zich zal buigen. En iedere mond zal belijden dat Jezus Christus Heer is. Zie FILIPPENZEN 2:10-11.

Wanneer Hij Zijn leven heeft geofferd voor de zonde zal Hij talloze nakomelingen krijgen, vele erfgenamen, zegt Jesaja ons. Hij, die de dood gezien heeft, heeft ook de overwinning gezien.

Is dat, is dat úw Koning. Ja! Dat is mijn Koning!Want ook ons paaslam is geslacht, Christus, laten we daarom feest vieren. 1 CORINTHIËRS 5:7 NBG.

De kracht van die overwinning zal verkondigd worden. De blijdschap van het evangelie zal uitgestrooid worden. Zijn opstanding zal bekent gemaakt worden. Want;

“Over de hele wereld zal men de Here leren kennen en zich tot Hem bekeren. Alle volken zullen voor Hem buigen. Het koninkrijk is van de Here, Hij heerst over alle volken. Over de hele wereld zullen rijke mensen Hem aanbidden. Maar ook arme mensen, die zichzelf amper in het leven kunnen houden, knielen voor Hem neer. Het nageslacht zal Hem dienen, en ieder vertelt zijn kinderen over Hem. Zij zullen Zijn recht en goedheid doorgeven, aan allen die nog geboren moeten worden, omdat Hij ALLES HEEFT VOLBRACHT!” PSALM 22:28-32 HB.

Jezus heeft Zijn leven uitgegoten in de dood. Hij heeft gebeden en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden. Hij is verhoord uit Zijn angst. En toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden.

IS DAT, IS DAT UW KONING!

Ik hoop dat je het met mij kunt zeggen: ‘Ja Here, U bent mijn Koning’.

Ik wens je een fijne dag