Wanneer ik mijn oren te luisteren leg bij waar de onderlinge gesprekken doorgaans over gaan, dan kom ik tot deze slotsom; ‘Wij zijn onze ‘Natuurtalenten aan het verliezen’. De tijdgeest ziet kans om onze natuurlijke kwaliteiten om te buigen tot een mentaliteit waar ons hart en ziel zwaar onder te lijden hebben’. Met ‘Natuur-Talenten’ bedoel ik, dat wat van Godswege in onze genen hebben meegekregen bij die wonderlijke totstandkoming van de mens. Hoe kunnen we dit waarnemen? Waarom kan een klein kind je zoveel liefde geven, omdat het zich geborgen voelt bij de ouders. Dan zien we op heel ontspannen wijze de Natuur-Talenten van God De Schepper werkzaam. Liefde gedragen en geuit door emoties ontwikkelen dat kleine mensje, waar van God dit gezegd heeft;

“En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed” Genesis 1:31 NBG.

Vragen we ons wel eens af waarom God zei; dat alles zeer goed was. Ik denk dat dit een extra toevoeging is om ons te laten weten, dat de grootheid, de voortreffelijkheid van God zelf in heel de schepping aanwezig was. Het was naar Zijn Beeld als ook naar Zijn Gelijkenis. Dus zit nergens het kwaad in. De mens was puur en echt, maar wel beïnvloedbaar zoals we later zullen zien. Vanuit Zijn puurheid dragen we Zijn Beeld en Gelijkenis. Dus van oorsprong was de mens zonder ‘boosheid en kwaad’ aan Gods Schepping toevertrouwd. De mens kon in volkomen gerechtigheid en heiligheid leven. Ook kende de mens geen vrees om God te ontmoeten Hem te kennen en van harte lief te hebben. Deze situatie kende een eeuwig karakter, daar mag best wel eens vaker bij stil gestaan worden. Want dan begrijpen we ook beter de uitdrukking; ‘En zie het was zeer goed’.

Hoe zijn we nu veranderd?

Ik hoef niemand te vertellen hoezeer wij veranderd zijn. Dat dit alles te maken heeft met hoe de mens is omgegaan met Gods geboden, is een studie op zich. Door tegen God op te staan, heeft de eerste mens een verdorven natuur gekregen. Want God had immers gezegd; ‘Als je van die boom eet zul je voorzeker sterven’. Omdat de dood niet past in het scheppingsplan van God, moest er iets in die mens veranderen. En dat feit voltrok zich door te luisteren naar de vijand van God, de satan. Zijn influisteringen zijn uiteindelijk de mens fataal geworden en werd het kwaad in de mens een voldongen feit. De dood was geboren in mens en natuur, daarom mochten Adam en Eva niet meer in Gods Tuin, het Paradijs wonen. Want leven en dood zijn elkaars vijanden.

“Samengevat is het zo: Door de schuld van één mens, Adam, is de zonde in de wereld gekomen en de dood is het logische gevolg van de zonde. De dood breidde zich uit naar alle mensen, want zij zondigden allemaal” Romeinen 5:12 HB.

Om hier een duidelijk voorbeeld van te geven zien we in Genesis 4 de eerste broedermoord plaatsvinden, op basis van het kwaad wat ‘inwoning’ had gevonden bij de mens. Wat hierdoor duidelijk wordt is dat de mens worstelde met het kwaad. Paulus zegt er later dit van:

“Want ik doe niet het goede dat ik zou wíllen doen, maar ik doe juist het slechte dat ik níet wil doen. Als ik nu juist doe wat ik níet wil, dan komt dat niet door mijzelf, maar door het kwaad dat in mij zit. En zo gaat het altijd: als ik het goede wil doen, zorgt het kwaad in mij ervoor dat ik het slechte doe. Want met mijn geest en mijn verstand wil ik graag doen wat de wet van God vraagt. Maar mijn 'ik' strijdt tegen mijn verstand en wil andere dingen doen. Zo word ik een gevangene van het kwaad dat in mij zit. Wat een vreselijke toestand! Wie kan mij bevrijden van dit 'ik' waar het kwaad in woont dat mij doodt? Prijs God: Jezus Christus! Het zit dus zo: met mijn geest en mijn verstand wil ik graag gehoorzaam zijn aan de wet van God. Maar mijn 'ik' gehoorzaamt aan 'de wet van het kwaad” Romeinen 7:19-26 BB.

Zelfs met het volbrengen of gehoorzaam zijn aan de wetten Gods kende Paulus, de Schriftgeleerde, ook grote moeite en komt tot de hierboven genoemde conclusie. Ook wij kennen deze tegenstrijdige omstandigheden. We nemen ons voor om iets na te laten en we doen het toch. Dat is mede de invloed van de macht van de zonde die in ons woont en ons in een wurgende greep vasthoud.

Nog een voorbeeld van iemand die tot het vreselijke besef kwam hoe sterk de macht van het ‘kwaad’ was. David was door een affaire met Batsheba in een grote gewetensnood terecht gekomen. Hij praat zichzelf niet schoon, hij wist dat dit aangewakkerd was door een foute begeerte. En hij wist dat dit niet goed was, maar waarom kon hij zo gemakkelijk tot deze daad overgaan? Omdat hij en wij de macht van de zonde niet de baas zijn. In zijn openbare schuldbelijdenis komt hij tot deze conclusie:

“Toen ik werd geboren, zat het kwaad al in me. Al vanaf het moment dat ik ontstond, heeft het kwaad mij in zijn macht” Psalm 51:7 BB.

Je vraagt je af hoe David aan deze wijsheid kwam. Was hij op de hoogte van ‘de gevallen’ schepping?’ Of was het hier de directe overtuiging van zijn misstap die zo feilloos aan het licht gebracht werd door de profeet Nathan? Hoe David zijn eigen nood in de diepte van zijn ‘ge-vallen-heid’ zo helder weet te verwoorden, is een overtuiging van God, diep in zijn ziel. Lees Psalm 51 maar eens rustig door. Deze overtuiging kende Job ook en zegt er dit van;

“Hoe kunt U reinheid verwachten van iemand die uit onreinheid is geboren? Dat kan toch niet!” Job 14:4 HB.

Job was een Godvrezend man, hij kende de geboden en deed wat God van hem vroeg. Wat heeft deze man diep moeten gaan om zijn relatie met God ‘overeind’ te houden.

“Zijn vrouw zei tegen hem: “Blijf je nog steeds zo gelovig, ondanks alles wat je moet meemaken? Keer God toch de rug toe!” Maar hij antwoordde: “Dat is dom gepraat. Verwachten wij alleen maar goede dingen uit de hand van God en nooit tegenslag of moeilijke dingen?” Ondanks al deze tegenslagen kwam geen verkeerd woord over Jobs lippen” Job 2:9-10 HB.

Wel dat zijn niet de fijnste bemoedigingen. Maar Job’s geloof was niet gebaseerd op kennis alleen, het is zijn diepe overtuiging dat een mens op basis van zijn relatie met God Hem veel meer kan dienen.

Lees maar wat God van hem zei;

“Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Niemand op aarde is zo eerlijk en heeft zoveel ontzag voor Mij als hij. Zelfs nu jij (de satan) Mij hebt overgehaald om hem zonder reden kwaad te doen, blijft hij diep ontzag voor Mij hebben. Hij dient Mij nog steeds” Job 2:3 BB.

Elke keer wanneer ik dit lees begrijp ik dat al onze ellende voortkomt uit dat wat de satan heeft weten te bewerken in het Paradijs van God. En hier zien we dat hij nog steeds voor het Aangezicht van God durft te verschijnen om mensen zoals Job aan te klagen. Maar God kent de bedoelingen van de tegenstander. Dit verhaal zegt zoveel, want het gaat hier om duidelijk te maken dat er zich wel degelijk een strijd afspeelt in ons leven. Ook wij ontkomen niet aan die strijd omdat het duidelijk zal zijn voor Wie we hebben gekozen. Ook Johannes beaamt deze strijd met de volgende woorden;

“Wat uit de mens geboren wordt, is menselijk; wat uit de Geest geboren wordt, is geestelijk” Johannes 3:6 HB.

David en Paulus geven ons goede informatie hoe het kan dat we zo gemakkelijk kunnen zwitsen tussen goed en kwaad. Voor wie de moeite wil nemen om hier meer over te leren kun je de brieven van Paulus doornemen. Dan zie je hoe die strijd zich voortzet om ons bij God weg te krijgen.

Paulus wil dat wij dit alles goed begrijpen, daarom heeft hij het ook zo vaak over ‘onze innerlijke vernieuwing’, dat voortkomt uit een eigen keuze om te leven naar Gods wil. Ik weet dat dit een groot struikelblok voor ieder kind van God is. Maar hierin zijn we geen verliezers, want:

“Onder al die omstandigheden hebben wij, dank zij Hem Die zoveel van ons houdt, de overwinning!”

Let nu eens op Paulus’ geloofsbelijdenis

“Ik ben ervan overtuigd dat niets ons kan scheiden van Gods liefde, die in Christus tot uiting komt. De dood niet, het leven niet, engelen niet, regeringen niet, de dingen van vandaag niet, de dingen van morgen niet. Nee, er is geen enkele kracht die dat kan” Romeinen 8:37-38 HB.

Ondanks dit machtige feit, is zo opvallend hoe wij omgaan met fouten, zonde, ziekte, oorlog en al het verdere kwaad, want wie geven we (bijna) altijd de schuld? Juist God, maar geeft God ons opdrachten tot het uitvoeren van al dit kwaad? We zeggen heel slim: ‘Als God een God van liefde is waarom grijpt Hij dan niet in? Wel, in bijna alle gevallen van het kwaad dragen wij een eigen verantwoordelijkheid. Daarom is het verhaal van Job een krachtig voorbeeld om deze verantwoordelijkheid dan ook te erkennen.

Kijk, de wil kan er zijn om je te onttrekken aan al het kwaad, maar zal je dit in alle opzichten lukken? Wanneer dat zo is dan zou ik het graag van je willen horen. En dan ben ik toch heel blij dat de Bijbel een door en door eerlijk verhaal vertelt. Niets wordt verzwegen, hoogte en dieptepunten, alles kunnen we lezen alsof dit allemaal ook ons verhaal had KUNNEN zijn. Waarom? Was het niet beter als het niet verteld was? Had dit ons Beeld over God is Liefde dan een hoger cijfer gekregen? Wel dan hadden we met ons eigen wel en wee helemaal geen raad geweten, want dan was de Bijbel bestemd voor mensen die zware toelatingsexamens hadden moeten afleggen. Want dan kon jij je immers nooit meten met die ander die het in jouw ogen het veel beter deed. Nee, ons minderwaardigheidsgevoel zou dan al snel zakken tot een nulpunt.

Juist omdat God de geschiedenis zo heel eerlijk met ons deelt, kunnen we ons er zelf in herkennen en durven we ondanks al onze fouten bij Hem te komen. Om deze reden durft Jacobus het volgende met ons te delen:

“Maar je mag nooit zeggen dat Gód jou op de proef stelt. Want God kan niet door het kwaad verleid worden om iets slechts te doen. En Hij doet Zelf ook niemand kwaad om iemands geloof op de proef te stellen. Maar elke keer als je in de verleiding komt om het verkeerde te doen, komt dat doordat de verlangens van je oude 'ik' aan je trekken. Ze proberen je mee te slepen. Als je je daar niet tegen verzet, word je uiteindelijk inderdaad ongehoorzaam aan God. En als je niet langer gehoorzaam wil zijn aan God, brengt dat tenslotte de dood voort. Houd jezelf niet voor de gek, lieve broeders en zusters!” Jacobus 1:13-16 BB.

Nu herkennen we de woorden van Paulus ook veel beter wanneer hij schrijft:

“Het zit dus zo: met mijn geest en mijn verstand wil ik graag gehoorzaam zijn aan de wet van God. Maar mijn 'ik' gehoorzaamt aan 'de wet van het kwaad” Romeinen 7:26 BB.

Van nature willen de meeste mensen niet slecht zijn en velen van hen doen dingen waar wij groot respect voor moeten hebben. Er zijn heel veel helden verhalen die voortgekomen zijn uit het feit dan men het onrecht niet meer kon verdragen. We kunnen zeggen dat wij leven tussen twee werelden, de één heet Liefde en de andere Haat. Dus we leven tussen liefde en haat, maar zijn zelf verantwoordelijk waarvoor én waardoor we leven. Deze tweestrijd moeten we allang herkend hebben. Wanneer je hart neigt naar het kwaad dan herken je dit als iets wat niet zo goed bij je past. Ga je deze weg verder volgen dan verdwijnt de weerstand om slecht te zijn. Maar diep in je wezen weet je dat wat je doet niet goed is. Andersom is dit ook zo, als jij je door de liefde laat leiden dan zullen je daden van lieverlee doordrenkt zijn met liefde. We kunnen nooit zeggen dat je deze zaken niet hebt ervaren. Mogelijk nu niet meer, omdat je al zo lang bent gevormd door het kwade.

Wanneer we nog een stap dichterbij de inhoud van ‘goed en kwaad’ willen komen is het goed om dit vers ook te lezen.

  • Want de zondige neigingen gaan in
  • tegen de verlangens van de Heilige Geest
  • en omgekeerd
  • Deze twee krachten zijn altijd met elkaar in conflict
  • U moet dus niet doen wat u maar wilt

Zie Galaten 5:17 HB.

Jezus zegt tegen drie van Zijn Discipelen die niet wakker konden blijven toen Hij in gebed was:

“Blijf wakker en bid dat je niet verleid wordt om het verkeerde te doen. Je wíl wel graag het goede doen, maar dat is wel heel erg moeilijk” Mattheüs 26:41 BB.

Wij willen wel het goede doen, maar het wordt zo vaak doorkruist door invloeden die we nog niet de baas zijn. Jezus wist als geen Ander wat de boze had bereikt in al die eeuwen na de zondeval. Juist hiervoor kwam Hij om dit allemaal recht te zetten. Om ons probleem met de zonde op te lossen.

Hoe klein onze kinderen ook zijn ze zullen altijd onder of door invloeden van buitenaf tot een heel ander persoon worden. Dan heeft ‘de wereld’, het gebied waar de satan in toenemende mate zijn invloed kan laat gelden, ons allemaal kunnen veranderen tot mensen zoals God dit niet bedoeld heeft.

Mozes zei deze nogal schokkende woorden tegen zijn volksgenoten:

  • Want ik zal jullie vertellen wie de Heer is.
  • Ik zal onze God prijzen.
  • Hij is de Rots waarop wij stevig staan.
  • Alles wat Hij doet is volmaakt.
  • Alles wat Hij doet is rechtvaardig.
  • Hij is trouw en nooit onrechtvaardig.
  • Hij doet altijd wat Hij heeft beloofd.
  • Maar de mensen zijn ontrouw aan Hem.
  • Ze zijn zijn kinderen niet.
  • Want ze gedragen zich verschrikkelijk.
  • Ze zijn ongehoorzaam en slecht.
  • Dwaas en onverstandig volk!
  • Is dat hoe jullie de Heer bedanken?
  • Hij is toch jullie Vader?
  • Hij heeft jullie toch gekocht?
  • Hij heeft jullie toch gemaakt en jullie een eigen plek gegeven?

Zie Deuteronomium 32:3-6 BB.

Hier zien we ook dat ‘Geest en vlees’ tegenover elkaar staan. Die strijd is nadat God de eerste mens uit het Paradijs wegjoeg, er niet beter op geworden. Dat is waarom ik deze dingen met jullie deel, want we zullen hoe dan ook moeten beseffen dat we het leven niet alleen aan kunnen. Maar hoe trots kan een mens zijn door te zeggen dat hij het wel zonder die vergevende en helende kracht van God af kan? Moeten we nu de vinger naar die ander uitsteken om onze schuld enigszins verklaarbaar te maken. Mogelijk kan dit zo zijn, maar vraag jezelf altijd af; hoe is dit begonnen, wat is mijn aandeel hierin geweest? Hoe we de schuld ook kunnen weerleggen, we kunnen nooit ons eigen aandeel hierin wegpoetsen. Zijn er dan helemaal geen dingen waar ik geen deel aan kan hebben gehad, wat helemaal buiten mijn eigen verantwoordelijkheid is omgegaan? Ja, dat kan maar zelf onderzoek* blijft een noodzaak. Want moest je daar wel zijn? Of naar luisteren? Of mee omgaan? Als je dit of dat anders had gedaan of geregeld hoe was het dan gelopen?

“Onderzoek uzelf om na te gaan of u wel gehoorzame volgelingen van Christus bent. Weet u of Jezus Christus in u woont? Mocht dat niet zo zijn, dan staat u er helemaal buiten” 2 Korinthiërs 13:5 HB.

De vraag is; Hoe trouw of ontrouw ben ik met alles omgegaan?

Het nieuwe leven vraagt om nieuw gedrag

Elk jaar vieren we oud en nieuw, en met de uitbundigheid van de jaarwisseling daar kunnen de meesten van ons heel goed mee overweg. Of hier iets mis mee is nee, zolang je jou feestje maar binnen de grenzen van het verantwoordelijke weet te houden is er niets aan de hand.

Dit voorbeeld is heel bruikbaar, want in onze relatie met God, op grond van het vergoten bloed van Jezus, kennen we ook een dergelijke overgang. Dat noemen we onze‘bekering tot God’omdat je overtuigd bent van het feit hoe belangrijk dit is. Kijk, dan zul je ervaren dat de zondelast van je weggenomen wordt. Dan kun je in geestelijke zin weer adem halen. Mens wat kan dit een verademing zijn, je verlost te weten door het Offer van Jezus. Dan vier je ook van; ‘Oude mens’ naar een wedergeboren ‘Nieuwe mens’. Of dit gevolgen kent dat weet ik wel zeker.

Wanneer je kind gaat trouwen kun je niet je dagelijkse kleren aantrekken. Dan moet het allemaal even iets netter. Dat heb je voor hen over. Dit eenvoudige voorbeeld is ook heel goed toepasbaar op het Nieuwe leven wat God ons schenkt door ons geloof in Jezus Christus.

De ‘Nieuwe mens’ is een gevoelig onderwerp in kerk en samenleving. Want, en dat is al duidelijk gemaakt hierboven, er is zoveel wat tegen kan zitten waar wij ook niet om gevraagd hebben. Heb ik om een ziek lichaam gevraagd toen ik werd geboren? Heeft mijn verre naaste om armoede, verkrachting of Aids gevraagd? Heeft mijn buurvrouw gebeden van Heer neem mijn geliefde maar weg? Nee, natuurlijk niet, niemand van ons is er op uit om een leven te mogen leiden in alle mogelijke ellende. We willen allemaal een goed, verzorgd en een aangenaam leven. Daar hebben we doorgaans veel voor over.

Vereenzaming

Sinds de invoering van de emancipatie wet heeft het gezin, de kerk en samenleving een gevoelige klap gekregen. Ons bewust zijn van die ander, is hierdoor op een laag pitje komen te staan. Nu kun je mij een ouderwets mannetje noemen, maar hebben we hier de balans wel eens van opgemaakt? Ontspoorde kinderen door gebrek aan toeziend ouderschap, echtparen die door gebrek aan tijd nauwelijks met elkaar communiceren. De vereenzaming binnen de gezinnen zorgt voor de nodige spanningen die vaak uitmonden in een echtscheiding. Was dit er dan voor die tijd niet? Ja, zeker wel, maar de gevolgen hiervan waren niet zo massaal.

Zonder dat we nu teveel verzeilen in dit onderwerp, er is veel nood en geloof me al deze mensen willen graag op de een of andere manier geholpen worden. Een schouder om op uit te huilen of om je bij te staan is helaas een schaars product voor de in nood levende mens. Goed, dat hier veel over te zeggen is mag duidelijk zijn. Maar de vraag die ik hier dan uit distilleer is deze:

Wat hebben wij als kinderen van God elkaar te bieden? Waar is het échte bemoedigen gebleven? Of kopen wij het af door middel van een kaartje een bloemetje, telefoontje of valse beloftes van ‘we moeten eens nodig afspreken’. Uit ervaring weet en zie ik dat er veel on-echtheid is binnen en buiten de kerk. Begrijp me goed, dit zeg ik niet om mijn eigen teleurstellingen even te kunnen spuien.

Nee, met pijn in mijn hart zeg ik deze dingen, omdat ik er soms, zonder dat ik er bij stil sta, ook aan mee doe. We zijn immers allemaal de dupe geworden van de ‘gevallen schepping’.

Kom dichterbij

Tijdens een belangrijke ontmoeting die; ‘De voetwassing’ heet, ontdekken we een aantal leerzame dingen, maar eerst even de tekst lezen.

“Jullie noemen Mij 'Meester' en 'Heer.' Dat is goed, want dat BEN IK* ook. Ik, jullie Heer en Meester, heb dus jullie voeten gewassen. Daarom moeten jullie ook elkaars voeten wassen. **Want Ik heb jullie een voorbeeld gegeven. Jullie moeten hetzelfde doen als Ik. Luister goed! Ik zeg jullie dat een dienaar niet belangrijker is dan zijn heer. En een boodschapper is niet belangrijker dan de man die hem heeft gestuurd. Het is heerlijk voor jullie als jullie dat begrijpen en je ook zo gedragen” Johannes 13:13-17 BB.

* Dat BEN IK – Jezus gebruikt hier de woorden IK BEN. In het Grieks staat daar 'ego eimi,' wat veel nadrukkelijker is dan de gewone manier om 'ik ben...' te zeggen. In het Oude Testament maakt God Zich met de naam IK BEN aan Mozes bekend. Lees Exodus 3:14. Door deze naam te gebruiken geeft Jezus dus aan dat Hijzelf God is. Vergelijk met Mattheüs 14:27.

** In die tijd was voeten wassen het werk van een slaaf. Hiermee bedoelde Jezus dat ze elkaar moesten dienen en zich niet te goed moesten voelen voor sommige taken.

Wat we hier leren begrijpen is dat De Meeste(r) hier De minste was. Een bewuste keuze om ons iets duidelijk te maken. Wat hier gebeurde was totaal ongewoon het voelde als een belediging wat Jezus hier deed. Dat is ook het bezwaar wat Petrus maakt, hij wil dit niet ondergaan. Hij was zo in de war dat hij zei; “Heer, was dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!” Petrus kennen we als een vurig man die vaker via zijn emoties sprak dan met zijn verstand. Dit ligt ook wel voor de hand, want hij begreep het allemaal nog niet zo goed. Hier zullen we ons ook wel in herkennen, maar het is een ‘geestelijke groei’ die we allemaal doormaken. Daarom is zo belangrijk dat we het omgaan van de Discipelen met Jezus goed bekijken, daar kunnen we veel van leren.

Petrus denkt hardop als hij zegt: ‘Als je dan mijn voeten wast dan wil ik helemaal gewassen worden’. Toen werd Jezus heel duidelijk door te zeggen:

Als Ik je voeten niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen”.

Ik denk dat dit wel aankwam bij Petrus, ‘Ik geen deel aan Hem hebben, niet bij Hem kunnen horen’? En Petrus ondergaat het met een gecorrigeerd hart. Hoe kunnen we deel aan Christus krijgen, waarom mogen we zeggen dat wij Zijn kinderen zijn? Dat is op grond van het volbrachte Offer, dat had toen nog niet plaats gevonden, dus zegt Jezus “Later zul je het begrijpen”. De ‘uiterlijke wassing’ gebruikte Jezus om te spreken over de ‘Innerlijke reiniging’. De geestelijke wassing door het bloed van Jezus. Waar Paulus dit over schrijft:

“Sommigen van u zijn dat (zondaars) geweest;

  • Maar u bent schoongewassen,
  • U bent geheiligd,
  • U bent bevrijd van uw schuld
  • In de naam van de Heer Jezus Christus
  • En door de Geest van onze God”

Zie 1 Korintiërs 6:11 GNB. Zie ook 1 Johannes 1:7-8.

“Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei Simon tegen Hem: "Heer, wilt Ú mijn voeten wassen?" Jezus antwoordde Hem: "Nu begrijp je nog niet wat Ik doe, maar later zul je het begrijpen." Petrus zei tegen Hem: "Geen sprake van! Ik wil niet dat U mijn voeten wast!" Jezus antwoordde hem: "Als Ik je voeten niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen." Simon Petrus zei tegen Hem: "Heer, was dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!" Jezus zei tegen hem: "Als je je gewassen hebt, hoef je alleen je voeten te wassen,* want je bent al helemaal schoon. Jullie zijn schoon en zuiver, maar niet allemaal." Jezus wist namelijk wie Hem zou verraden” Johannes 13:6-11 BB.

*Een beeld van de dagelijkse reiniging van zonden.

Kom tot je doel

Wat is in het kader van deze studie nu een ‘Hot Item’. Want dat hier veel over te zeggen valt is wel duidelijk. Ook zullen jullie al wel je voorkeur hebben gemaakt hoe dit alles je leven mag binnenkomen. Maar willen we een Petrus qua ‘Oude mens’ zijn of verlangen we ernaar om een ‘wedergeboren mens’ te zijn, zoals de nieuwe Petrus, nog steeds vurig, maar dan van Geest. Dit soort keuzes moest Petrus maar ook wij maken om op de juiste wijze deel aan het Hemelse leven te krijgen. Wie dit begrijpt neemt de diepe overtuiging aan dat zonder de ‘Wassing des Heren’ we blijven zitten met onbegrip over je zijn hier op aarde. Wat zegt Jezus om aan te geven waar het om draait in dit leven na dat hij de voeten van Zijn Discipelen gewassen had?

“Het is heerlijk voor jullie als jullie dat begrijpen en je ook zo gedragen”

Zien we dat het één voortkomt uit hét ander? Veel mensen willen wel ‘Het léven’, maar zich er niet naar gedragen. En laat dit nu ons collectief probleem zijn waarom de kerk qua kwaliteit en kwantiteit achteruit gaat. Dat is de Boodschap die we moeten horen. Wij moeten wakker geschud worden, door de kracht van Gods woord en door de overtuiging van de heilige Geest. Of willen we verder indutten en geruisloos ten onder gaan.

Waar is de spirit van de kerk van de individuele gelovigen, waar komt onze kracht uit voort?

  • Niet omdat wij het hadden verdiend, Heeft Hij, onze zonden afgewassen
  • Omdat Hij met ontferming over ons bewogen was, gaf Hij, ons nieuw leven
  • Omdat Hij medelijden met ons had, heeft Hij, ons vernieuwd door de Heilige Geest.

Zie Titus 3:5

Dit zouden we op de muren in de kerk moeten schrijven. Ik zie dit als de Basis van ons leven met Hem. Zonder dit fundament kunnen we niet ‘dichtbij komen’, niet tot ‘ons doel komen’. We mogen allemaal dat proces van vernieuwing ondergaan en iedereen zal dit weer anders doen, maar het DOEL zal altijd hetzelfde zijn.

Gods waardering

Soms hebben we hulp nodig om strak in het pak of avondjurk gehesen te worden. Ja, je moet er wat voor doen om er netjes uit te zien, laat dit thema nu als een rode draad door de brieven van Paulus heenlopen. Want Paulus weet heel goed dat zonder die Vernieuwing we geestelijk ‘ontklede’ mensen zijn, om dit te begrijpen schrijft hij ons dit:

“Zolang we nog in dit aardse lichaam wonen, hebben we veel te lijden. Toch verlangen we er niet naar zonder lichaam te leven. Maar we verlangen ernaar in een béter lichaam te wonen. We willen graag ons nieuwe hemelse lichaam aantrekken. Want dan wordt het sterfelijke (de tijdelijke tent, ons lichaam) vervangen door het leven (het eeuwige huis, ons hemelse lichaam). Dat is waar God ons voor heeft gemaakt. Daarvoor heeft Hij ons ook zijn Geest gegeven. Want de Geest is de voorproef en het bewijs van wat nog zal komen. Daarom zijn we altijd vol goede moed” 2 Korintiërs 5:4-6 BB.

Denken we er wel eens over na, hoeveel ‘Hemelse Waardering’ God ons gegeven heeft? Wat Hij ervoor over had om ons te bereiken? Omdat wij soms twijfelen aan deze waardering geeft God ons ‘Iemand’ waardoor deze waardering helemaal tot haar recht gaat komen. Daarvoor heeft Hij ons ook zijn Geest gegeven. Want de Geest is de voorproef en het bewijs van wat nog zal komen.

Wat ervaren wij hier van in ons dagelijks leven?

Zijn we: “Daarom altijd vol goede moed”. Het kan zijn dat je hier even over na moet denken, maar onthoud dit, ‘Het is meer dan de moeite waard’. Laten we het volgende vers maar eens goed lezen:

"Jullie zijn nieuwe mensen geworden. En jullie zullen steeds verder volmaakt worden, totdat jullie helemaal op jullie Maker lijken. Daarbij maakt het niet uit of je bij een niet-Joods volk hoort of bij het Joodse volk. Het maakt niet uit of je besneden bent of niet. Het maakt niet uit bij welk volk je hoort. Het maakt ook niet uit of je slaaf bent of vrij mens. Maar Christus is alles in iedereen, wie of wat je ook bent” Kolossenzen 3:10 BB.

Hier wordt ons gezegd wat er precies met ons gebeurd is. We hebben het ‘oude leven’ achter ons gelaten, al onze zonden ze bestaan niet meer voor God, want God de heilige de Eeuwige kan geen gemeenschap met de duisternis hebben. Dan staat er een scheiding tussen God de Vader en ons vanwege on-beleden of andere vormen van zonden. Soms wordt je gevraagd of je nog iets nieuws hebt, soms zegt men dan; ‘ik heb goed en slecht nieuws wat wil je het eerst horen? Wanneer je kiest voor het slechte nieuws dan zal dit ongemerkt het goede nieuws negatief kunnen beïnvloeden. We zouden goed nieuws, Hemels en het slechte Aards kunnen noemen.

“Alles wat goed en volmaakt is, wordt ons door God gegeven; Hij is de bron van alle licht. Hij is een en al licht en verandert nooit. Hij heeft ons, volgens Zijn plan, nieuw leven gegeven door ons de waarheid bekend te maken” Jacobus 1:17-18 BB.

Let op er staat, ALLES wat goed en volmaakt is, wordt ons door God gegeven. Het komt voort uit de Bron van al het Licht. Zien we, het goede nieuws wat past binnen Gods doel met ons, Komt van de Vader van al het LICHT. Velen van ons beseffen dit te weinig, omdat er eerst met het slechte nieuws gesmeten wordt. Denk maar eens aan je opvoeding, hoe vaak ben je toen aan ‘het goede’ en hoe vaak aan ‘het slechte’ gelinkt? We kunnen dat ons heel goed herinneren want de restanten van je opvoeding staan je heel duidelijk voor ogen. En sommigen van ons zijn heel erg vernederd door misbruik van je lichaam en of geestelijk. Dan komt het soms niet zo goed binnen, dat Goede Nieuws.

Daarom is het zo verblijdend dat Paulus namens God met het Goede Nieuws mag beginnen.

God geeft ons een Nieuw leven hoe prachtig is het dan wanneer je ook begrijpt dat dan die oude kleren dat oude leven af mogen leggen als een getuigenis voor God en Zijn Gemeente. Ik denk dit, wanneer God eerst dat slechte nieuws zou hebben verteld wat zou dan onze reactie zijn geweest? Mogelijk ga je dan zeggen; ‘O, het is weer het oude liedje dat heb ik al zo vaak gehoord’. Dan zou je afhaken en verder gaan met je moeizame bestaan. Maar mensen daar gaat het nu niet meer om want wie voor Jezus heeft gekozen is verlost van het oude leven. Gezegend ben je als je dan je nieuwe klederen, het kleed van reinheid wat straalt door de Bron van alle Licht aan mag doen. Dan mag je Juichend roepen; ‘Het oude is voorbij, want Het Nieuwe is gekomen’, Prijs de Naam van God de Vader.

Met die nieuwe kleding mag je op Gods Feest komen en voor Zijn Aangezicht verschijnen. Je bent nu bekleed met het Volmaakte, dat zal wel even wennen zijn, maar de blijdschap mag overheersend zijn in geest, ziel en lichaam. Zo bekleedt God ieder kind van Hem, nu kunnen we leren dat Gods vernieuwing met de kracht van de heilige Geest in ons leven is gekomen. Nu kun je pas echt zijn, wie je al zolang had willen zijn.

Wat een feest van herkenning met die nieuwe mens.

Gods doel van het Nieuwe leven

Hij heeft ons, volgens Zijn plan, nieuw leven gegeven door ons de waarheid bekend te maken”

Eens gegeven blijft gegeven, zeiden we vroeger heel vaak, dan ontstond er nog wel eens onenigheid en moest je dit soms oplossen met je vuisten of je werd zelf afgedroogd. In zekere zin is dit met het nieuwe leven ook zo want we zijn het niet altijd met de voorganger of je geestelijke naaste eens, ook kun je boos op God de Vader worden wanneer Hij je zegt wat er allemaal veranderen moet. Dit leert ons dat geestelijke vernieuwing wel geboren is in heel je wezen maar dat het ‘nieuw geboren kind’ moet groeien in volwassenheid. Je weet niet alles je begrijpt ook niet alles. De staten vertaling brengt ons veel dichter bij de tekst die we net gelezen hebben.

En aangedaan hebt den nieuwen mens

  • die vernieuwd wordt
  • tot kennis,
  • naar het evenbeeld Desgenen
  • Die hem geschapen heeft

Hoe duidelijk wil je het horen dat er een ‘vernieuwing’ plaatsvindt tot ‘Kennis in overeenstemming met Gods evenbeeld’. Dat is groeien door te horen, te begrijpen, te veranderen ook al zijn de omstandigheden tegen ons. Moet je horen wat de Apostel Paulus hierover zegt.

“Daarom geven wij het niet op. Hoewel ons lichaam zwakker wordt, wordt onze innerlijke kracht met de dag groter. Onze moeilijkheden en pijn zijn uiteindelijk niet zo groot en zullen ook niet zo lang duren. Maar het gevolg ervan is dat wij voor altijd in Gods heerlijke nabijheid zullen leven. Dus kijken wij niet naar wat zich voor onze ogen afspeelt, naar de moeilijkheden om ons heen. Maar wij kijken uit naar de blijdschap die ons wacht, al zien wij die nu nog niet. Alle zichtbare dingen zijn tijdelijk, maar de dingen die nu nog niet zichtbaar zijn, zullen eeuwig blijven” 2 Korintiërs 4:16-18 HB.

Zelfs wanneer je zwak bent door de ouderdom zul je merken dat je innerlijke (geestelijke) kracht zal toenemen. Je pijn zal verbleken bij de Aanwezigheid van Gods Kracht in je leven, en dat elke dag opnieuw. Dan leren we om niet te zien op wat zich voor je ogen afspeelt maar we kijken uit naar de Heerlijkheid en Blijdschap die op ons wacht. De dingen zoals je pijn je verdriet en alles wat het aardse leven ons opdringt zal niet eeuwig duren. De voor ons nog niet ‘zichtbare dingen’ die zijn eeuwig. Vgl. Deuteronomium 29:29 HB.

Wat een genade om te mogen weten én te ervaren dat God zoveel vertrouwen in ons heeft dat Hij ons de Kracht van De Zoon en de Kracht van de heilige Geest, ons toevertrouwd. Die kracht van God gaat met ons mee en zal in de ouderdom onze innerlijke mens sterker, wijzer, liever, vreugdevoller, vrediger, lankmoediger, vriendelijker, goedertieren, getrouwer, zachtmoediger en reiner maken. Vgl. Galaten 5:22 HB. De Vrucht van de Geest zal sterker in je aanwezig zijn.

Voor mij betekent dit dat God ons doet groeien in al deze dingen. Maar hoe vaak staan; de aangebrande, de criticus, de ruziemaker, de niet vergevende, de trotse, de overspelige, de onreine, de vijandige, de twistbrenger, de vertoornde, de tweedrachtige, de haatvolle, de kroegloper op de voorgrond? Nee, tussen theorie en praktijk, heeft de satan bij ons allemaal wel eens een wig kunnen slaan. Maar hoezeer je dit ook als een nederlaag ervaart, er is altijd een weg terug. De Geest van God is en blijft werkzaam in ons, Hij zal ons overtuigen van de zonde, het oordeel en De gerechtigheid.

Daarom zeg ik

Deze drie woordjes zijn zo belangrijk want het maakt duidelijk dat je een keuze hebt gemaakt. Je spreekt jezelf toe met Gods woorden:

  • Daarom geven wij het niet op
  • Hoewel ons lichaam zwakker wordt
  • Wordt onze innerlijke kracht
  • Met de dag groter

Zie 2 Korintiërs 4:16-18 HB.

Ik hoop dat we samen op het spoor van God komen dan gaan we voelen hoeveel God ons waardeert. Onderschat dit niet, ik weet dat we in deze studie nogal indringend zijn geweest, maar heb je dit soms ook niet even nodig. Ik denk van wel, want waarom zal het anders gaan dan bij mij? God waardeert ons door ons alles te geven, wat ons met de hemel verbindt wat ons met elkaar verbindt. Wie dit gaat begrijpen zal leren om vanuit de diepte van je leven, Gods waardering ook bij je naaste te brengen. Denk maar aan Paulus en Silas en Jozef en al die anderen die in de Bijbel gevangen zaten maar wel Gods getuigenis lieten horen op de manier zoals dit bij hen past. Dan gaat de inhoud van de volgende woorden, je Persoonlijke leidraad worden en ben je aangewezen op je relatie met God. Want wie God vergeet in zijn of haar ellende zal de ellende alleen maar uitvergroten , daar ben je dus niet mee geholpen. Dus is het goed dat we weten waar het om draait in Gods woord, dan kun je Lofprijzen en leef je uit de ‘vernieuwing’ waarin je steeds meer van God zult herkennen.

“Uw denken moet grondig vernieuwd worden. Sterker nog, u moet een heel nieuw mens worden, die alleen voor God leeft, zuiver en goed. Trek een nieuwe natuur aan als een stel nieuwe kleren” Efeziërs 4:23-24 HB

Door dit woord verstaan wij dat God ons waardeert, want Hij vernieuwd, Hij maakt sterk, van Hem krijgen we die ‘Nieuwe kleren’ om aan te trekken zodat wij voor God en mensen herkenbaar zijn.

Wie zal u kwaad doen, als u zich inspant voor het goede?”

“Maar als dat toch zou gebeuren, bent u bevoorrecht. Daarom moet u zich niet door dreigementen laten afschrikken of in verwarring laten brengen. Vertrouw uzelf helemaal aan Christus toe. Hij is onze Here. Wees altijd bereid verantwoording af te leggen van de verwachting waaruit u leeft, als daarom gevraagd wordt. Maar doe het wel vriendelijk en met het nodige respect” 1 Petrus 3:13-15 HB.

De sterkste waardering van God voor Ons is, De vrijheid, het Licht waarin we Zijn Majesteit weerspiegelen. Dat wij steeds meer op Christus lijken.

"De Heer is de Geest. En waar de Geest van de Heer is, is vrijheid. En op ons gezicht is het licht van de macht en majesteit van de Heer te zien. Want er is geen 'doek' over ons gezicht. We zijn als spiegels die steeds meer de stralende macht en majesteit van de Heer weerspiegelen. Want we gaan steeds meer op Christus lijken. Dat gebeurt door de Geest van de Heer.” 2 Korintiërs 3:18 BB.

Voor ons is nu de vraag, kan ik dit zomaar aannemen? Ja, want het staat in Zijn Woord. En daar staat geen woord teveel in: “Toen ik om hulp riep, hebt u geantwoord. U gaf mij weer moed, ik hervond mijn kracht” Psalm 138:3 GNB. ‘Ik hervond mijn kracht’, dit zinnetje kan zo veel zeggend zijn, omdat het altijd te maken heeft met je menselijke zwakte. Hoe veel we ook ontvangen het is en blijft een ‘Waardering van Godswege’, om ons te bemoedigen met alles wat Door het Offer van Jezus geopenbaard is.

Dat dit ontzettend veel is zien we in het leven van Jezus op aarde. Daar zien we dingen gebeuren die de ogen van mensen hebben geopend. Dan mag, nee, dan moet je dit belijden als Vaders Persoonlijke waardering voor jou. Alle wonderen en tekenen zijn de fundamenten van Gods waardering voor de mens voor jou en mij. Jezus gaf ons meer dan een preekje, hier of daar. En Hij genas de mensen niet om Zelf met de eer te gaan strijken? Nee, het was de ‘Waardigheid’ van de hemel gehuld in ‘Waardering’. Zo krijgen we weer die verbinding met de Hemel door Jezus’ Persoonlijke inzet’ voor ons.

Wat heeft dit ons gebracht?

Het wordt tijd dat we de balans gaan opmaken. Dat we eens gaan inventariseren wat bij ons op de geestelijke plank ligt. Wat we in de loop der jaren van Hem ontvangen hebben. Want wie zich verrijkt zonder uit te delen daar kan het niet goed mee aflopen. Lees het volgende verhaal en laat je inspireren door de Geest van God.

“En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel, gij hebt vele goederen liggen, opgetast voor vele jaren, houd rust, eet, drink en wees vrolijk. Maar God zeide tot hem: Gij dwaas, in deze eigen nacht wordt uw ziel van u afgeëist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor zijn wie zal het? Zo vergaat het hem, die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God” Lucas 12:19-21 HB.

En wat gij gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn?

Ja, voor wie zal het zijn? Je denkt hoera ik heb ‘de straatcode kanjer’ gewonnen en doe ik lekker niets meer zolang ik leef. Maar zit bij rijkdom ook een ‘leeftijds-garantie’? Kun je dan ook een ongeneeslijke ziekte afkopen? Laat ik dit mogen zeggen; ‘Rijk zijn’ op zich daar is niets mis mee. Natuurlijk mag je er van genieten en die extra vakantie met je gezin, het mag allemaal. Maar in je rijk zijn kun je in één klap heel belangrijke dingen verliezen. Dat zijn dingen waar je niet zonder kunt, want je kunt veel sneller dan je denkt je relatie met God verliezen. Rijkdom en vrekkigheid zijn elkaars vijanden en hun spel wordt tussen je briefjes van vijftig uitgevochten. De volgende twee verzen zeggen dit.

“Kijk, zo vergaat het de mensen die niet op God vertrouwen, maar denken dat hun rijkdom hen wel zal redden. Die rijkdom waardoor hij zich sterk waande, werd zijn ondergang” Psalm 52:9 HB.

“Al is hij nog zo trots op wat hij bereikt heeft, al wenst iedereen hem geluk met zijn voorspoed, toch zal hij zijn voorvaders volgen in de dood, hen die nooit meer het licht zullen zien. Wie in weelde baadt, maar het juiste inzicht mist, zal vergaan als een dier” Psalm 49:18-20 GNB.

Maar het juiste inzicht mist”, om met zijn verworven rijkdommen om te gaan. Of je nu arm of rijk bent, in beide situaties heb je de plicht om hier verantwoord mee om te gaan. Voor de een staat er ‘dat je niet zult stelen’ en voor die ander staat er dat; “Zij moeten rijk zijn in goede werken en met een blij hart geven aan mensen die gebrek lijden; zij moeten altijd klaarstaan om alles wat God hun heeft gegeven met anderen te delen. 1 Timotheüs 6:18 HB. Kijk dan heb je het ‘juiste inzicht’, dan doe je wat Gods liefde je zegt te doen.

Wat voor het aardse rijk zijn gezegd wordt, is een spiegel dat ons laat zien hoe wij met ons geestelijk leven om moeten gaan. Dat wil zeggen, wat doe jij met Gods waardering voor jou? Blijft dit binnenskamers of durf je dit te delen met anderen die er niet zo veel van begrijpen? Mens nog aan toe, er is zoveel te winnen, wie geeft met het juiste inzicht, zal op een andere manier rijk worden. Hierover geeft Jezus ons een prachtige belofte mee:

“Verzamel op aarde geen kostbaarheden, want die vergaan of worden gestolen. U kunt beter kostbaarheden in de hemel verzamelen. Die zullen nooit vergaan en nooit worden gestolen. Als uw rijkdom in de hemel ligt, zal uw hart daar ook naar uitgaan” Mattheüs 6:19-21 HB.

Als uw rijkdom in de hemel ligt, zal uw hart daar ook naar uitgaan”.

“Laat u niet door het geld in beslag nemen. Wees tevreden met wat u hebt, want God heeft gezegd: Ik zal altijd voor u zorgen; Ik zal u nooit in de steek laten” Hebreeën 13:5 HB.

Dat geld ons een sterke prikkel kan geven om er meer van te verzamelen is duidelijk. En we zien dan ook dat het grote geld een bijzondere hebzucht kan ontwikkelen. De jongens van de bank weten precies hoe en wat ze moeten doen om handel te drijven met aandelen. Wanneer je hier heel goed in bent, kun je een flinke som geld verdienen. Wie gewend is om op grote voet te leven kan moeilijk met minder toe, dus worden er nog wel eens frauduleuze zaken gepleegd.

Wat zou het fijn zijn als wij de overtuiging hebben dat we dit niet hoeven te volgen, dat God ons op een andere manier Rijk heeft gemaakt. Hebben we de belofte gelezen in deze tekst? Dat we tevreden moeten zijn met wat we hebben en komen we tekort dan zal God hier op een of andere manier in voorzien, want Hij zorgt voor ons. Hij zal ons nooit in de steek laten. Zo weten we dat onze schat in de hemel ligt en daar mag ons hart naar uitgaan. Wij mogen zaken doen met de waardering die God ons geeft. We mogen onze kwaliteiten onze gaven en al Gods mogelijkheden in ons verdubbelen. Door er anderen in te betrekken, hen de mogelijkheid voorhouden dat ze veel rijker kunnen worden dan al het aardse slijk bij elkaar.

“Het leven met God brengt veel op. Zeker als je ook blij bent met alles wat je hebt” 1 Timotheüs 6:6 HB.

Wat is onze geestelijke erfenis?

We weten allemaal dat er bij de dood van iemand soms heel wat te verdelen is, we noemen dit ook wel ‘Het nalatenschap’ van Tante… De hebzucht zal bijna altijd om de hoek komen kijken dus ook de ruzie zal niet uitblijven. Goed, dat was onze tante. Nu zijn wij aan de beurt, nee niet al ons bezit hier op aarde maar onze ‘geestelijke nalatenschap’, welke schatten hebben we al in de hemel liggen? Wat is onze nalatenschap? Geen schatten op aarde waar de tand des tijds ze onbruikbaar maakt, zei Jezus tegen zijn volgelingen. Maar een schat in de Hemel die blijven mooi en behouden hun waarde. En juist die schatten verzamelen dat is ons vermogen om de ander te weten ‘waarderen’.

Dan weet die ander dat je het meent, maar ook de hemel is ervan op de hoogte. In de brieven aan de gemeenten in Openbaringen lezen we welke betrokkenheid God met elke gemeente had. In Openbaring 2:19 HB, zegt God:

  • Ik ken uw doen en laten.
  • Ik weet hoe groot uw liefde,
  • uw geloof en hulpvaardigheid zijnen hoe moedig u volhoudt.
  • Ik weet ook dat u nu nog meer doet dan eerst.

Merken we hier ook de stijgende lijn in hun doen en laten? Het was God niet ontgaan. Goed, er waren ook mindere beoordelingen die laten we even voor wat ze zijn. Maar het feit dat God bij elke Kerk stil staat om het allemaal te Waarderen, dat moet ons goed doen. Daar wordt je warm van. Dat moet ook het kloppende hart van elke gemeente zijn. Maar helaas zijn er ook gemeenten die minder goed uit de test komen. Gods beoordeling is er niet op gericht om ons te kleineren maar juist om ons aan te moedigen beter ons best te doen. Dit zien we terug in de brieven aan de gemeentes in de Openbaring brief. Hij noemt eerst de goede dingen en dan die zaken die veranderd moeten worden. Dus eerst de Waardering dan pas de vermaning wat eigenlijk niets anders is dan een bemoediging. Want wanneer God zegt dat iets niet goed is dan geeft Hij ons ook de kans om het te herstellen. Daarom ligt voor mij, bij een vermaning de nadruk op bemoedigen. Bij de volgende tekst zien we dit heel duidelijk.

“Nu u al een hele tijd christen bent, zou u eigenlijk anderen moeten onderwijzen”.

Dat zou een normale ontwikkeling zijn geweest, maar hun groei in het geloof was ergens blijven steken. Ze waren niet geoefend in hun geloof. Dit kan verschillende oorzaken hebben gehad. In hoeverre herkennen we ons hierin? Ook al jaren op weg, maar door gebrek aan persoonlijke interesse is er nauwelijks sprake van een goede omgang met God de Vader. We weten eigenlijk niet zo goed hoe we kunnen getuigen en van het werk van de heilige Geest daar begrijpen we helemaal niets van. En dat kan God je dan op een bepaald moment duidelijk maken. Nu ben je al een hele tijd een kind van God maar;

“Maar u bent helaas zover teruggevallen dat de eerste beginselen van het christen-zijn u weer moeten worden bijgebracht”. U bent net babies die geen vast voedsel kunnen verdragen en daarom nog melk moeten drinken” Hebreeën 5:12 HB.

Ja, zo kan het met ons allemaal gaan, de omstandigheden kunnen door eigen stommiteiten ons doen terugvallen. Dus zul je dit moeten aanpakken, maar Hoe? Velen blijven zolang in die omstandigheden zitten dat het eigenlijk een ‘normaal kerkelijk leven’ voor hen is geworden. Maar daar neemt God geen genoegen mee. Wel in zijn Kerk verblijven dat kent consequenties, nee er worden geen sancties opgelegd of straf uitgedeeld. Heb je het gelezen wat God zegt. Je krijgt een tweede kans, begin maar opnieuw te leren wat ‘de eerste beginselen’ van het geloof zijn. God is zo liefdevol dat Hij hen als kleine kinderen weer met de fles gaat opvoeden. De ‘eerste beginselen’ wil zeggen; Begrijp je wel wat de ‘Wedergeboorte’ wil zeggen en welk een verandering dat gaat teweeg brengen in je dagelijkse leven?

Hoor maar wat er verder over geschreven staat;

“Zo zult u de zwaardere kost nooit kunnen verdragen. Die zwaardere kost is voor hen die goed en kwaad uit elkaar kunnen houden. Zij kunnen opgroeien tot volwassen christenen. Daarom is het niet goed telkens weer terug te gaan naar wat wij in het begin over Christus hebben geleerd. Wij moeten verder gaan en volwassen christenen worden” Hebreeën 5:14;6:1 HB.

Over dit onderwerp heeft Paulus veel geschreven, dat dit nodig was zien we duidelijk voor onze ogen ontvouwd worden. Het laat ook geen ruimte om de marges maar iets breder af te stellen, want dit is een open deur voor de satan. Om die reden is het noodzakelijk dat we alle achterstallige werkzaamheden aan ons geestelijk huis gaan herstellen. Dit kan soms in eigen kracht of met hulp van anderen. Laat je daarom leiden door de heilige Geest die ons in alles zal overtuigen. Want we zullen hoe dan ook moeten leren om het ‘kwade van het goede’ te onderscheiden. Anders zullen we blijven hangen in ‘oppervlakkig christendom’.

“Toen jullie God nog niet kenden, dienden jullie goden die eigenlijk helemaal geen goden zijn. Maar nu hebben jullie God leren kennen (of beter gezegd: nu kent God júllie). Waarom willen jullie je dan weer aan allerlei nutteloze godsdienstige regels gaan houden? Jullie maken jezelf opnieuw tot slaven van wetten en regels. Jullie houden je aan allerlei speciale dagen en maanden, feesten en jaren! Ik ben ongerust over jullie. Ik ben bang dat mijn moeite voor jullie misschien voor niets is geweest” Galaten 4:8-11 BB.

Dienden jullie goden die eigenlijk helemaal geen goden zijn”.

Dit gedrag zal voor velen heel herkenbaar zijn, we hebben vooral veel eigen inbreng vermengd met het zuivere geloof. Bijvoorbeeld, een beetje ‘wet’ en een beetje ‘genade’ is samen het geloof wat wij prettig vinden. Dit kan zulke diepe sporen nalaten dat we er moeilijk van overtuigd raken dat dit niet ‘Het Zuivere Geloof’ is. Dat is ook de reden dat er veel ‘ongehoorzaamheid’ is als het gaat om te doen wat God ons zegt om te doen. Eigen overtuigingen vinden we belangrijker dan de stem van de heilige Geest. Uit dit alles kunnen we opmaken hoe sterk de eigen overtuiging kan zijn en we kunnen ook zeggen waarom dit zo is, omdat we leven vanuit een samengestelde godsdienst die het bij mensen goed doet maar wat God afkeurt. Vanaf de eerste gemeente waren er twistpunten die de mensen niet dichter bij elkaar bracht. Vgl. Handelingen 25:19.

Het was ook niet eenvoudig om een godsdienst vol met tradities en wetten zomaar los te laten. En toch moesten ze overschakelen naar het verbond van genade. Dat die overgang zo groot was kwam door het feit dat men binnen de wetgeving van God, zoveel ‘niet-van-God-wetten’ had bedacht. Dat noemde men de Talmoed.

De geschiedenis van de Talmoed

Voor veel Joden is de Talmoed een boek dat je naast de Thora, de wet van God kunt gebruiken ter verduidelijking van ‘de Wet’ zelf. We zouden het kunnen vergelijken met de ‘Belijdenis’ en andere geschriften die te vinden zijn achter het boek Openbaringen in sommige voor kerken gedrukte Bijbels. Jezus erkent de Talmoed niet en refereert er ook nooit na. Hij kwam om de wet te vervullen en niet de Talmoed of andere geschriften die niet in Gods opdracht zijn geschreven.

We weten dat God alle dingen heeft doen ontstaan door Jezus Christus. En Zijn plannen om Jezus de wet te laten vervullen en het ontstaan van een nieuw verbond geschreven op de tafels van ons hart, zijn jarenlang verborgen ‘geheim’ geweest. Paulus weet zich opgenomen in dat Plan van God en zegt:

“En nu mag ík aan de mensen Zijn plan bekend maken;

  • Pas nú wil God de gemeente gebruiken
  • om zijn grote wijsheid bekend te maken
  • aan de onzichtbare leiders en machten
  • van de geestelijke wereld.

Want dat is altijd zijn plan geweest met Jezus Christus, onze Heer” Efeziërs 3:9-11 BB.

Deze woorden leggen het hart van Jezus’ Kerk bloot. De Kerk is Gods instrument om Zijn wijsheid bekend te maken. Die wijsheid is in de eerste plaats om het ‘Geheimenis’ van het Evangelie te openbaren. Door de werken van Jezus zien wat dit alles inhoud. In een Nieuwe Gemeente horen ook regels en voorschriften, maar wie goed leest zal opmerken dat al deze regeltjes moet drijven op of in Gods genade. Wanneer dit niet zo is wijken wij van Zijn voorschriften af en geven een open deur aan het rijk der duisternis. Die daar gretig gebruik van zal maken. Dat zien we terug in de tactiek van ‘de wolf in schaapsklederen’.

Onze opdracht is om dit soort zaken te ontmaskeren.

Op die manier ontnam God de duivel en zijn trawanten volledig hun macht. Hij heeft hen in het openbaar te kijk gezet en daarmee laten zien dat zij door het kruis van Christus overwonnen en verslagen zijn. Laat u dus door niemand bekritiseren over wat u eet of drinkt. En of u zich al of niet aan feestdagen en rustdagen moet houden” Kolossenzen 2:15-16 HB.

We begrijpen hoe belangrijk de gemeente is, want daarbinnen i de vereniging met elkaar en met God de Vader ligt onze Kracht om de boze te ontmantelen door hem te wijzen dat door het Offer van Jezus zijn macht teniet is gedaan. Maar het rijk der duisternis doet net of het gek is en doet of er niets gebeurd is. De satan wil ons altijd door welke omstandigheden dan ook weg-leiden van ‘het Volbrachte werk’ van Jezus. En daar gebruikt hij onze medegelovigen voor. Daarom is het zo belangrijk dat we ons niet laten bekritiseren over de buiten werking gestelde wet. We zijn ‘vrijgekocht’ door de kracht van Jezus’ Offer. Weet je wat dit bewerkt:

“De vriendschap met God is uitsluitend voor hen, die Hem eerbied bewijzen. Alleen zij zullen de geheimen, verborgen in Zijn beloften, leren kennen” Psalm 25:14 HB.

Heel duidelijk of niet, wil je meer van Zijn ‘verborgen beloftes’ leren kennen dan kan dit maar op één manier. Dat is; “Voor hen, die Hem eerbied bewijzen” hiermee bewijs je dat je een vriend van God bent. Dit noem ik een; ‘Wederzijds Waarderen, de eerbied voor Vader, Zoon en Geest geven ons inzicht in Gods geheimen. Je begrijpt dan meer van Zijn geheimen. Dus inzicht in de toekomstige beloftes vindt plaats in Eerbied en ontzag en aanbidding voor de Allerhoogste God.

Maar, hoe denk je hier voor jezelf over, denk je dat je sterk genoeg bent om de Vriendschap op basis van eerbied met Hem aan te gaan? Ik begrijp dat je zegt, het lukt me soms niet er zijn vaak hobbels te nemen of lastige keuzes. Dat mag geen excuus zijn want echte vrienden waarderen elkaar los van hun eigen moeilijkheden. Natuurlijk is dit een kwestie van groeien in je geloof.

“God is machtig om u sterk te maken in uw geloof. Dat is het goede nieuws over Jezus Christus dat ik breng. De waarheid over Hem is eeuwenlang verborgen gebleven, maar nu bekendgemaakt” Romeinen 16:25 HB.

God is machtig om u sterk te maken in uw geloof

“Waarom willen jullie je dan weer aan allerlei nutteloze godsdienstige regels gaan houden”. Waar komt die drang vandaan? Omdat wij zo moeilijk onze oude kerkelijke, wettische godsdienstigheid los kunnen laten. Zolang er maar niet hoeft afgeweken te worden van hoe ons geloof eruit ziet, zal het wel goed gaan. Dit kan zonder ingrijpen van God niet veranderen, dit zou dan de kans lopen dat het werk van Jezus Christus ons geen nut zal doen. Dan kunnen we denken dat het goed met ons zit, maar dat wordt gecorrigeerd door Paulus die vanuit een bezorgd hart schrijft:

Jullie maken jezelf opnieuw tot slaven van wetten en regels”.

Paulus waakte over de gemeenten dat ze het oude, de wetten met de leefregels zouden vermengen met de volledige Genade van God in Jezus Christus.

“Want Jezus heeft ons vrede gegeven, door Zichzelf. Hij heeft van Joden en niet-Joden één volk gemaakt. Eerst stond de wet van Mozes als een muur tussen ons in. We leefden als vijanden van elkaar. Maar Hij heeft die muur weggebroken. Hoe? Door als mens voor ons te sterven. Nu gaat het niet langer om de wet, die bestaat uit leefregels waar wij ons aan moesten houden. Nu gaat het om geloof in Jezus. Zo heeft Hij in Zichzelf de twee soorten volken (namelijk de één met Gods wet, de ander zonder Gods wet) tot één volk gemaakt. Zo heeft Hij vrede gebracht. En die twee soorten volken, die nu één volk zijn geworden, heeft Hij allebei tot vrienden van God gemaakt. Want door zijn dood aan het kruis heeft Hij een eind gemaakt aan de vijandschap. Jezus kwam vrede brengen aan jullie die ver van God waren (= de niet-Joden), en aan de mensen die dicht bij God waren (= de Joden). Want dankzij Hem kunnen wij nu allebei door één Geest dicht bij de Vader komen” Efeziërs 2:14-18 BB.

“Maar Hij heeft die muur weggebroken”. Laten we hier goed over nadenken want over dit vers bestaat veel onrust. God heeft nooit het Joods volk aan de kant geschoven. Hij heeft het nu anders geregeld, zouden we kunnen zeggen. Jood en Heiden kennen geen scheidingsmuur om de heidenen op afstand te houden. Ze mogen nu samen leren om Gods volk te zijn en heeft Hij ons allebei tot vrienden van God gemaakt. Vanaf het begin van; ‘het samen Gods volk te zijn’, is er bewust en onbewust veel onbegrip ontstaan. Maar laten we ons hier niet in mengen, want dan kunnen we jarenlang blijven puzzelen en krijgen we die puzzelstukjes niet op de juiste plaats. Laten we de tekst lezen en geloven en doen wat dergelijke teksten ons vertellen. Vergeet niet dat Gods vijand, de satan, een meester is om ons te verdelen. Dat dit altijd ten koste zal gaan van de ‘eenheid’ van Gods Kerk Zijn Lichaam, moet voor ons een aandachtspunt zijn. Hoe je ook denkt, wat je visie ook is, leg dit alles eens langs Gods meetlat en zoek Zijn wil in dit alles. We moeten eens kijken hoeveel Paulus er op gewezen heeft om die eenheid in Christus vast te houden. Uit ervaring zouden we allemaal kunnen weten dat ons ‘inzicht’ niet altijd Gods ‘Inzicht’ is. Dat hierin veel, heel veel te leren valt mag duidelijk zijn.

Wees altijd op uw hoede

“Laat u niet misleiden door mensen die met hun filosofieën en verleidelijk gepraat proberen u weer tot een slaaf van menselijke tradities te maken. Die filosofieën zijn hun ingegeven door de geesten van deze wereld en niet door Christus” Kolossenzen 2:8 HB. Vgl.1 Korintiërs 3:2.

Die filosofieën zijn hun ingegeven door de geesten van deze wereld en niet door Christus

Hoe duidelijk willen we het hebben? Het wordt hun ingegeven door de geesten van deze wereld. Hoeveel commentaar of uitleg heeft dit vers nodig, je zou ‘de geesten van deze wereld’ nader kunnen toelichten. Wel, dit zijn ‘machten der duisternis’ die werken volgens een eeuwenoud principe. “De dief komt alleen om te stelen, te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om te zorgen dat zij leven hebben, leven in overvloed” Johannes 10:10 HB. Zo gaat het duivelse dievengilde bij elke kerk bij iedere gelovige langs om te kijken of er nog iets te halen valt. En reken er op dat hij een meester is om vermengingen van wet en genade vakkundig te presenteren bij monde van de filosofen, die met hun ‘bedrieglijke schijnwijsheid’ velen hebben misleid.

Denk niet dat jij hier niet mee te maken kunt krijgen, ondanks je ‘geestelijke strijdkostum’ en je ‘geestelijke inzichten’, want:

“Wie dus denkt rechtovereind te staan, moet oppassen dat hij niet komt te vallen” 1 Korintiërs 10:12 GNB.

Zo zijn we dus geïnformeerd door het ‘Woord van God’.

“Hoewel de mensen in staat waren God te kennen, wilden zij Hem niet de eer geven die Hem toekomt en Hem niet eens danken voor alles wat Hij heeft gedaan. Zij hielden zich met allerlei ideeën bezig. In hun verdwazing raakten zij het spoor bijster. Hoewel zij dachten dat ze alles wisten, waren zij in werkelijkheid dom. In plaats van de eeuwige God te eren, maakten zij afgodsbeelden van sterfelijke mensen, vogels, zoogdieren en reptielen” Romeinen 1:21-23 HB.

De zaligmakende Boodschap wordt verduisterd en vervalst.

“Vrienden, er is nog één ding waarvoor ik u ernstig wil waarschuwen, en dat is het gevaar van scheuring. Sommigen zijn daarop uit. Zij proberen u verkeerde dingen te laten doen, dingen die ingaan tegen wat u is geleerd” Romeinen 16:17 HB.

“Laat u daarom niet meeslepen door allerlei vreemde ideeën. Voor onze geestelijke kracht zijn wij alleen afhankelijk van de genade van God en niet van allerlei regels voor eten en drinken; want de mensen die op regels vertrouwden, hebben er niets aan gehad” Hebreeën 13:9 HB.

“Herinner de mensen in de gemeente aan deze geweldige waarheden en verbied hun namens de Here over onbelangrijke dingen te ruziën. Dat is verwarrend en zinloos, ja, zelfs slecht. Doe je best; wees een goede werker voor God, die zich niet hoeft te schamen. Geef Gods boodschap onvervalst door. Vermijd onzinnige discussies, waardoor mensen hun ondergang tegemoet gaan. Hun woorden zullen voortwoekeren als een kankergezwel” 2 Timotheüs 2:14-17 HB.

Bovenstaande waarschuwingen geven ons zoveel informatie, dat wij met Gods Woord in de hand kunnen weten hoe onze houding, ons geloven in de Kerk van Christus Jezus hoort te zijn. Dan zijn we in staat om elkaar daarin te onderwijzen zodat wij niet ver-dwalen, of ruziën over verworven inzichten die niet altijd door God gegeven worden. We moeten ons schamen, zegt Paulus over al ons gediscussieer. We kunnen zulke dingen niet ontlopen maar ze wel bewust vermijden. Afstand nemen op grond van Gods Woord is noodzakelijk om duidelijk te maken aan ‘de wolf in schaapskleren’ dat we inzicht hebben in de strijd in de hemelse gewesten. (Op zich is dit een studie apart, iets voor later, misschien)

Paulus was heel goed op de hoogte van die strijd, daarom kon hij ook heel precies aangeven ‘wanneer’ die grimmige wolven zouden komen. Dat was niet zolang Paulus in die gemeente vertoefde. Die machten wisten wie Paulus was welk een autoriteit hij bezat om boze machten aan te pakken. Een voorbeeld is: “Jezus ken ik en van Paulus heb ik ook gehoord. Maar wie bent u” Handelingen 19:15 HB. De macht der duisternis wist wie Paulus was en dat hij namens Jezus en door de kracht van de heilige Geest, hun macht kon aanspreken in navolging van Jezus.

Dus is het heel verklaarbaar dat de ‘misleider’ ten tonele verscheen wanneer Paulus weg was.

Wat kunnen we hieruit leren?

Waar Paulus kwam was er ook ‘autoriteit’ van God aanwezig. Dat wisten de machten heel goed, want zei Paulus;

Ik strijd met Gods wapens, niet met menselijke, om elke tegenstand te breken” 2 Korintiërs 10:4 HB.

‘Om elke tegenstand te breken’. Ik weet niet hoe dit bij jullie binnenkomt, maar hier kan ik heel verdrietig van worden. Hoeveel; ‘Geest van God’ woont er in ons, wat doen wij fout, waar blijven wij in gebreke, waarom kunnen we zo weinig vastgelopen mensen uit de macht van het kwaad vrij maken. Aan de ene kant zou je dit allemaal willen doen, maar zo vraag ik mij oprecht af, ‘Hoeveel mag het mij kosten”? Waar is mijn inzet gebleven, ondanks dat ik heel goed weet wat het strijden met ‘Gods wapens’ inhoud.

Overgave

Dat is wat ik eruit leren kan; ‘Overgave, afzien van, luisteren naar, aanvaarden van, mijn opofferingsgezindheid tonen, of om het met Paulus woorden te zeggen;

“En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?” Handelingen 9:6 St, vert.

Deze vraag zien we ruimschoots beantwoordt worden in de rest van Paulus’ leven. Paulus ervoer de Kracht van De overtuiging van de Geest van God. Natuurlijk had hij veel vragen kunnen stellen of verdere bewijzen zoeken of God dit wel was. Nee, hij wist het zeker, God had Zijn hand op zijn totale leven gelegd. Discussie uitgesloten!! Dus ging hij naar Damascus om verdere instructies van God te ontvangen.

Wat een prachtige bemoediging voor ons allemaal, je kunt je zoveel afvragen maar wanneer je weet dat Gods hand ook op jouw leven rust, staat alles gereed wat wij nodig hebben om te ‘passen in Gods plan’. Kon Paulus nu ongehinderd zijn gang gaan, ja Paulus wel, omdat hij wist hoe Gods wapens te gebruiken in de geestelijke strijd. Maar er was ook een nee, en die kwam uit het kamp van de vijand, daar barstte de strijd los om die Paulus ook van het toneel te laten verdwijnen. Nu ik hier over nadenk, hoe ik dit het beste kan uitleggen, moet ik denken aan de profeten uit het Oude Testament. Wat zijn ze geprezen wat zijn ze verguisd. Heel vaak komen profeten op ongelegen momenten dan komt het ons niet uit of wimpelen hun Boodschap weg.

In het leven van Jeremia zien we dit ook terug. Het volk van God had zich zover van God losgemaakt dat ze Gods profeten niet meer nodig hadden. Waren die dan niet meer nodig, jawel maar alleen diegene die zei wat paste bij hun ongehoorzaamheid aan God.

“Toen zeiden de mensen: "Vooruit, laten wij Jeremia uit de weg ruimen. Wij hebben onze eigen priesters, profeten en wijzen; wij hebben zijn raad niet nodig. Laten we hem het zwijgen opleggen, zodat hij nooit meer tegen ons spreekt of ons nog lastigvalt” Jeremia 18:18 HB.

Is dit het zogenaamde ‘profetenloon’, wat we kennen met deze woorden; ‘stank voor dank’. Laten wij nooit in dergelijke valkuilen trappen, want dat is ons loon niet. Ons loon stinkt niet naar de geur van ondankbaarheid. Hier krijgen we geen loon en geen dank, want we oogsten dan ook niet voor onszelf maar voor de God van Abraham, Isaac en Jacob. Wel krijgen we een garantie van God dat de arbeider zijn loon waard is. Maar het mooiste loon is dit;

“Wat is dan mijn loon? Wel, de voldoening het evangelie te verkondigen zonder enige vergoeding te verlangen, met andere woorden, zonder gebruik te maken van de rechten die de prediking van het evangelie me geeft” 1 Korintiërs 9:18 GNB.

Wanneer je dit kunt ben je voor mijn gevoel ‘een klasse apart’, dan begrijp je dat je rijker wordt van geven dan je met (ver)krijgen bij elkaar kunt sprokkelen. Deze woorden helpen ons uit de droom dat je als dienaar van God een rijk gevulde bankrekening moet hebben. Natuurlijk is een arbeider iemand die we samen moeten onderhouden zodat hij zijn werk zonder zorgen voor levensonderhoud kan doen. Maar onze ‘Gezamenlijke uitkering’ Gods loon daar zegt God dit over:

“Ja,” zegt Jezus, “Ik kom gauw met mijn beloning. Ik geef ieder wat hij verdient” Openbaring 22:12 HB.

Wat een waardering uit de Hemel voor al Gods kinderen. Wat een kroon op al ons werk dat:

"Alle gemeenten zullen weten dat Ik de diepste gedachten en wensen van de mens ken en dat Ik ieder zal geven wat hij verdient” Openbaring 2:23 HB.

Hoeveel Paulus en alle andere Discipelen de door hun gestichte kerken met ‘woord en daad’ gediend hebben zullen we zelf ook aan de slag moeten. Niet uit dwang maar uit liefde voor Jezus die ons heeft vrijgekocht. Wanneer je afscheid moet nemen, wil dit ook zeggen dat je moet loslaten. Zo krijgt elke gemeente de kans om:

“niet traag in het geloof te worden, nee, u moet een voorbeeld nemen aan hen die door geloof en geduld in het bezit komen van wat God heeft beloofd” Hebreeën 6:12 GNB.

En juist dit zelf aan de slag gaan zal worden tegengewerkt, je partner je ouders je kinderen op je werk je buren de overheid met bepaalde wetgeving. Zo is er een heel leger om ons leven met God te laten mislukken. Paulus wist als geen ander, wat dit wil zeggen.

“Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen” Handelingen 20:29 HB.

Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat wij een goede relatie met God de Vader hebben op grond van Jezus offer. Dan leren we meer van de strategie van Gods vijand kennen. De satan wil niet dat wij een vruchtbaar leven leiden en anderen vertellen dat dit ook voor hen is. Maar Gods woord geeft ons de inzichten die nodig zijn om te waarderen en te bemoedigen. Met en door Gods woord kunnen we zeggen dat wij:

“Met deze wapens zijn alle argumenten waarmee men zich tegen God verzet, te ontzenuwen; alle barrières tussen God en de mensen worden daardoor omvergehaald. Met deze wapens breek ik elke opstand van menselijk denken om die terug te brengen tot gehoorzaamheid aan Christus” 2 Korintiërs 10:5 HB.

Hier zien we wat het doel is van onze geestelijke strijd, dat is niet een overwinning die we kunnen bijschrijven op ons eigen conto. Nee, het doel is om elke opstand van het menselijke denken te breken, dan kan de weg vrijgemaakt worden om hen bij Jezus Christus terug te brengen. Zo kunnen ze weer de gehoorzaamheid leren die hen weer thuisbrengt bij God de Vader. Wanneer je zo naar je opdracht kijkt dan wordt het veel leuker en boeiender om over je Grote God en Vader te vertellen.

Petrus was er zeker van overtuigd dat;

“Zolang ik nog hier ben, wil ik geregeld brieven schrijven om u wakker te houden. Ik zal mijn best doen u een en ander zó duidelijk te maken dat u er ook na mijn sterven nog lang aan zult denken” 2 Petrus 1:14b-15 HB.

Al eerder in deze studie hadden we over onze ‘geestelijke erfenis’. Via de brieven van de Apostelen hebben we een tastbaar bewijs van Gods liefde en kunnen we dit koesteren als een erfenis wat bol staat van geestelijke zaken. We mogen hier heel dankbaar voor zijn want nu kunnen we bij de ‘Les van God blijven’.

De erfenis van Jezus.

Ook tijdens het leven van Jezus op aarde waardeerde hij de mensen met geestelijke gaven en bemoedigde Hij hen. Hoe groot Jezus hierin was is niet in woorden of getallen te vatten. Maar Zijn waardering voor ons mensen is erop gericht dat wij het weer met God de Vader in orde kunnen krijgen. We kunnen veel leren hoe Jezus met de Discipelen en met de mensen omging. Tegen Petrus zei Hij dit;

“Je bent een gelukkig man, Simon Barjona! zei Jezus tegen hem. ‘Want mensen van vlees en bloed hebben je dat geheim niet onthuld, maar mijn Vader in de hemel” Mattheüs 16:17 GNB.

Wat was dit een enorme waardering voor de krachtige impulsieve Petrus. God was Hem niet vergeten, bij alles wat er gepasseerd was erkende God Hem met een Rotsvast geloof waarop de hedendaagse Kerk nog steeds haar wortels heeft.

Ook waardeerde Jezus een zekere Nathanael met deze woorden;

“Dat is een echte Israëliet, iemand zonder list en bedrog! Waar kent u mij van? vroeg Natanaël. Jezus zei: ‘Ik zag je onder de vijgenboom zitten nog voor Filippus je riep. Rabbi, zei Natanaël, ‘u bent de Zoon van God! U bent de koning van Israël” Johannes 1:47-49 GNB.

Met ruimhartige woorden uitte Jezus Zich en sprak hoopvolle waardering uit over de mensen die Hij ontmoette. Jezus zocht geen volmaakte mensen, anders was Paulus, Petrus en ondergetekende zeker niet uitgenodigd om een volgeling van Jezus te zijn.

Hij riep onvolmaakte mensen waar Hij de volmaaktheid van; ‘Laat ons mensen maken naar Ons Beeld als Ons gelijkenis’ in terug zag. Dit had God nooit losgelaten ondanks al onze fouten brengt Hij ons weer daar waar het ooit begon in Zijn Paradijs. In ieder mens ziet God de Vader die gelijkenis weer terug en bied ieder mens de kans om dat te verzilveren met het Offer van Jezus Christus. Ook Jezus is altijd bereid om eerst het goede in de mens te zien.

Zelfs die onbekeerde soldaat die niets van God en zeker niets van de Bijbel wist, ook deze man werd gewaardeerd met de gezondheid van zijn bloedeigen kind. Dat is deze man zijn leven lang niet meer vergeten, reken er maar op dat dit een getuigend soldaat van Jezus was geworden.

Hoe terughoudend zijn wij in het publiekelijk uitspreken van waarderende woorden tegenover onze omgeving. Hoe waarderend zijn we tegenover ‘godvruchtige mensen’ die jarenlang van hun leven hebben opgeofferd, om anderen ook het geluk van de wedergeboorte te laten proeven?

We hoeven elkaar niet te vleien, of stroop om de mond te smeren, want dit komt niet van God. Het oprecht waarderen van elkaar kent altijd een Goddelijk Karakter. Wanneer wij mensen gaan waarderen zal dit een bemoediging en een uitdaging zijn om het ‘hogerop te gaan zoeken’.

Slottekst

“Wie verkeerd doet, zal nog meer verkeerd doen; wie vuil is, zal nog vuiler worden; maar wie goed doet, moet nog meer goed doen en wie voor God afgezonderd is, moet nog meer voor God afgezonderd worden” Openbaring 22:11 HB.

Veel zegen bij het verwerken van deze studie, Fred IJzerman.